
Ziet
uw kubus er op
dit moment
niet zo uit?
Maar
wilt u hem
wel zo
krijgen? Dan
zit u hier
goed!
Op deze site wordt stap voor stap uitgelegd hoe u uw kubus van Rubik weer goed krijgt.
Een
kubus bestaat
uit zes vlakken. U moet de kubus zo houden dat altijd
één
vlak
naar u toe is gericht. Dit vlak heet dan de voorkant.
U
hoeft niet de
hele tijd dat vlak naar u toe gericht houden. U bent vrij om de kubus
te
draaien hoe uw
wilt. Er zal dan telkens een
ander vlak
naar u toe gericht zijn. Dat vlak heet dan de voorkant.
Let
op! Zodra u
begint met een serie draaiingen van de schijven, dan moet u zorgen dat
het vlak
dat bij het begin van de serie draaiingen de voorkant was, ook de hele
tijd
naar u toe gericht blijft. Is de serie draaiingen afgelopen dan kunt u
de kubus
weer zo draaien dat een ander vlak de voorkant wordt.


2
Terminologie
Bij
het oplossen
van de kubus worden termen en codes gebruikt. Deze staan hier uitgelegd:
2.1
De lagen:
|
|
|
|
|
de onderlaag |
de middenlaag |
de bovenlaag |
2.2 De
namen van de
blokken:
|
|
|
|
|
centrale blokken (gekleurd) Deze blokken
zitten vast aan de
kern en kunnen niet met elkaar gewisseld worden. |
hoekblokken (hier grijs
gekleurd) Zitten op de
hoek waar drie
kleurvlakken samenkomen. De hoekblokken kunnen met elkaar van plaats
wisselen en ze kunnen gedraaid worden |
randblokken (hier grijs
gekleurd) Zitten op de
rand waar twee
kleurvlakken samenkomen. De randblokken kunnen met elkaar van plaats
wisselen en ze kunnen gedraaid worden |
2.3 De
draaibare
zijdes:
Elke
draaibare zijde krijgt een lettercode:
V=
voorkant
B=
bovenkant
R=
rechterkant
L=
linkerkant
O=
onderkant
A=
achterkant
Elke
kant kan, ten opzichte van het centrale blok in het
midden van dezelfde kant, gedraaid worden:
Enkele
voorbeelden:
A
= de achterkant met de klok mee draaien
B-
= de bovenkant tegen de klok indraaien
R²
= de rechterkant twee slagen draaien
Om
de blokken op de goede plaats te krijgen moeten meerdere
slagen achter elkaar gedaan worden. Er ontstaat dan een lange serie
draaiingen
die met de codes worden aangegeven. (bijvoorbeeld: B
R- L O² L- R).
Houdt tijdens een serie
draaiingen altijd de dezelfde voorkant naar je toe gericht.
|
|
|
|
|
|
De voorkant met
de klok mee
draaien (V) |
De voorkant
tegen de klok in
draaien (V-) |
De bovenkant
met de klok mee
draaien (B) |
De bovenkant
tegen de klok in
draaien (B-) |
|
|
|
|
|
|
De rechterkant
met de klok mee draaien (R) |
De rechterkant
tegen de klok in draaien (R-) |
De linkerkant
met de klok mee draaien (L) |
De linkerkant
tegen de klok in draaien (L-) |
|
|
|
|
|
|
De achterkant
met de klok mee draaien (A) |
De achterkant
tegen de klok in draaien (A-) |
De onderkant
met de klok mee draaien (O) |
De onderkant
tegen de klok in draaien (O-) |
Vooral
de
onderkant en achterkant draaien geeft altijd wat
‘denkwerk’. Als je
één van deze kanten ten opzichte van zijn eigen
midden
tegen de
klok in draait, lijkt het alsof je het met de klok meedraait. Dit komt
omdat je
gezichtspunt aan de andere kant van het blok is.
Verder
is er nog
de werkhoek:
Vanuit
deze hoek
worden de problemen altijd bekeken en opgelost. De nummers zijn plekken
waar
later naar verwezen wordt.
3
Het oplossen
van de kubus
Hiervoor
krijg je
geen aanwijzingen. Er zijn simpel genoeg te veel mogelijkheden om dit
te
bereiken. Deze basisstappen moet je, na enig puzzel- en draaiwerk, zelf
kunnen
uitvoeren.
Het
kan voorkomen
dat je deze situatie tegenkomt:
Het
hoekblok komt
met de kleurvlakken verkeerd-om
tussen de
centrale
blokken.
Doe
dan de
volgende draaiingen:
R-
V- B-
V
Het
moet er
uiteindelijk zo uit komen te zien: 
(De grijs-gekleurde
vlakken kunnen elke mogelijke
kleur zijn)
3.2
De
onderste laag compleet maken
Het
kan er dan op
drie manieren uit komen te zien:
|
|
|
|
|
Als het witte
vlak boven is
draai: |
Als het witte vlak
rechts is draai: |
Als het witte
vlak voor is draai: |
V²
B- V² B V²
|
R
B R- |
V-
B- V |
Zit
het hoekblok
al in de onderste laag in de hoek waar het hoort, maar staan de
kleurvlakken
verkeerd?
Draai
dan: R
B R- B-.
Het
hoekblok
verplaatst zich dan van de onderste laag naar de bovenste laag.
Probeer
daarna de
blokken weer als één van de plaatjes hierboven te
krijgen.
De
onderste laag
is nu compleet en de kubus moet er zo uitzien: 
(De
grijze
kleurvlakken kunnen elke willekeurige kleur zijn)
3.3
De
middelste laag compleet maken
Je
gaat de
middelste laag compleet maken door
de goede
randblokken tussen de centrale blokken in de middelste laag te plaatsen.
Het
kan er dan op
twee manieren uitzien. Let op hoe de kleurvlakken staan!
|
|
|
|
In dit geval,
draai: |
Ïn dit geval,
draai: |
|
B²
R B- R- B- V- B V |
B-
V- B V B R B- R- |
Zit de
randblok al
op de juiste plaats, maar staan de kleurvlakken verkeerd?
Draai dan: B-
V- B V B R B- R- en
herhaal dan de stappen hierboven.
Je
kubus moet er
nu zo uitzien:

3.4
De
bovenste laag compleet maken
Deze
laatste fase
bestaat uit vier stappen:
1 Bij
alle vier de randblokken van de bovenste laag het gele vlak naar boven
keren
(geel kruis maken)
2 De
randblokken wisselen tot naast het goede kleurvlak.
3 De
hoekstenen naar de goede hoek wisselen (kleurvlakken hoeven nog niet
goed te
staan)
4 De
hoekstenen zo draaien dat de kleurvlakken goed staan.
Aan
het begin van
elke fase zie je een plaatje van hoe de kubus er uit moet komen te
zien. Het
kan zijn dat je kubus er al zo uit ziet zoals het de bedoeling is bij
die fase. Dan
kan de hele
fase overgeslagen worden.
3.4.1
Het
gele kruis maken
We
gaan in de
eerste fase zorgen dat de kubus er zo uit komt te zien:
:
(De
lichtgrijze
vlakken mogen elke willekeurige kleur zijn. De donkergrijze vlakken
hoeven niet
te kloppen met het kleurvlak aan die kant.)
Om
hiervoor te
zorgen moet je dit doen:
Van de
randblokken
met een geel vlak staan al enkele gele vlakken naar boven gekeerd.
Andere gele
vlakken staan nog naar een zijkant gekeerd. We gaan nu zorgen dat alle
gele
vlakken naar boven gekeerd staan.
De
kleuren hoeven nog niet te
kloppen met de zijvlakken.
Draai
de hele kubus zo dat het er uitziet
op één van onderstaande plaatjes:
|
|
|
|
Draai: |
Draai: |
|
V
B R B- R- V- |
V
R B R- B- V- |
3.4.2 De
randblokken
wisselen
tot naast het goede kleurvlak.
In de
tweede fase
zorgen we dat de kubus er zo komt uit te zien:
Waarschijnlijk
kloppen de kleuren van de randblokken in de bovenste laag nog
niet
met de zijvlakken van de kubus. Hiervoor moet je de randblokken met
elkaar van
plaats laten wisselen.
Draai
de bovenste
laag zo dat tenminste
één
randblok
grenst aan een zijvlak van dezelfde kleur. Het kan ook zijn dat al twee
randblokken grenzen aan het goede kleurvlak. De overige randblokken
moeten met
elkaar van plaats wisselen. Hier zijn vier mogelijkheden voor:
Draai
de hele
kubus zo dat het klopt met één van onderstaande
bovenaanzichten.
Voer dan de draaiingen uit die er onder staan.
Zorg,
zoals
gewoonlijk, dat bij het draaien de voorzijde naar je toe gericht is. De
donkergrijze vlakken zijn de randblokken die al aan de goede kleurzijde
grenzen.
|
|
|
|
|
|
voorzijde |
voorzijde |
voorzijde |
voorzijde |
|
R-
B² R B R- B R |
R-
B- R B- R- B² R |
B
R- B² R B R- B R |
R-
B² R B R- B R B- R-
B² R B R- B R |
Herhaal
één van deze stappen als het nog niet klopt.
3.4.3 De
hoekstenen
naar de goede hoek
wisselen
De
randblokken van
de bovenste laag staan nu goed. Houdt deze op de goede plek.
In de
derde fase
zorgen we dat de kubus er zo komt uit te zien:
Bekijk
de kleuren van de hoekblokken. We gaan nu zorgen
dat elk
hoekblok op de plek komt waar de drie kleurvlakken van het blok
samenkomen. De
kleuren hoeven dan nog niet goed gedraaid te zitten.
Als
één hoekblok al op de juiste plek is dan moeten
de
overige
blokken met elkaar gewisseld worden. Dat kan op de twee manieren zoals
hieronder. Draai de hele kubus (en niet alleen de bovenlaag) zodat het
goede
hoekblok linksachter zit.
|
|
|
|
voorzijde |
voorzijde |
|
R-
B L B- R B L- B- |
B
L B- R- B L- B- R |
Als geen enkel hoekblok op de juiste plek zit dan zijn er twee wisselmogelijkheden:
|
|
|
|
voorzijde |
voorzijde |
|
R² L² O R²
L² B² R² L² O R²
L² B² |
V
R B R- B- R B R-
B- R B R- B- V- |
De
hoekblokken
staan nu naast de goede kleurvlakken, maar kunnen nog gedraaid zitten
3.4.4 De hoekstenen
zo draaien dat de
kleurvlakken goed staan
Meestal
is het nodig om twee of meer hoekblokken te draaien. Met de klok mee of
tegen
de klok in.
|
|
|
|
met
de klok mee |
tegen
de klok in |
Je
kunt niet
één hoekblok per keer draaien. Dit moet altijd in
tweetallen. Als
je één hoekblok met de klok mee draait, dan draai
je een
ander
tegen de klok in.
Herhaal
deze
stappen eventueel voor de andere hoekblokken die nog gedraaid moeten
worden.
Draai
nu de
bovenste laag zo dat de kubus compleet is:

GEFELICITEERD!